Op dag 108 van hun mars van Virginia naar Washington, D.C., staken boeddhistische monniken een grens over. Maar de grens die wij werkelijk moeten oversteken, ligt in onszelf. Het is de moed om in jezelf geen vijand meer te zoeken.
Venerable Bhikkhu Pannakara sprak woorden van diepe dankbaarheid voor alle steun, liefde en aanwezigheid die hen had gedragen. En toen zei hij iets wat als een belangrijke oproep in het hart bleef hangen: "De fysieke reis mag dan een bestemming bereiken, maar de walk for peace gaat altijd door. In ons, voor alle wezens."
De monniken liepen niet tegen iets. Ze liepen vóór vrede in vrede. Stap voor stap. Adem voor adem. Hun saffraankleurige gewaden droegen hun traditie zichtbaar door straten die verdeeld zijn. Ze verstopten hun afkomst niet. Ze droegen haar. In waardigheid. Geweldloos, roemloos, verankerd in essentie. In stilte.
Die stilte nodigt ons uit om een eigen grens over te steken, een grens die niet in de wereld ligt, maar in onszelf. De grens tussen verzet en aanvaarding. Tussen schaamte en erkenning. Tussen afgescheidenheid en verbondenheid. Wij dragen generaties in ons lichaam: verhalen, pijn, kracht, stiltes, verlangens. Zolang we innerlijk in strijd blijven met wie wij zijn en waar we vandaan komen, blijft er een grote onrust in ons leven. En worden andermans grenzen overschreden.
Een mens die vecht tegen zijn oorsprong, vecht ongemerkt ook tegen zichzelf. Vrede sluiten met je afkomst betekent niet alles goedkeuren wat er geweest is. Het betekent stoppen met jezelf af te wijzen omdat je eruit voortkomt. Het betekent erkennen: dit is mijn bedding. Dit is de stroom waaruit ik ben ontstaan.
Wanneer Bhikkhu Pannakara zegt dat de walk for peace altijd doorgaat, horen we daarin een uitnodiging tot belichaming. Niet alleen meelopen in een mars, maar de mars worden. Niet alleen vrede wensen, maar vrede ZIJN. In woorden, in relaties, in hoe we naar onszelf kijken wanneer we falen of twijfelen. Exact deze blik projecteren wij naar de ander en durven dan niet meer in de spiegel te kijken die de ander ons biedt.
Misschien is dit de diepste grens die we ooit moeten oversteken? Naar jezelf durven kijken als: being human zodat de ander zich ook als mens mag openbaren?
Net zo kwetsbaar en zoekend, tegenstrijdig. Liefdevol en een weirdo tegelijkertijd? Zolang we proberen ons mens-zijn te overstijgen om “beter” of “zuiverder” te zijn dan die ander, blijft er intense spanning bestaan. Maar wanneer we de diepere betekenis van ons menszijn omarmen, inclusief imperfectie, inclusief schaduw, ontstaat er ruimte, zachtheid, gelijkwaardigheid. Menselijkheid waarin vrede geen eindpunt is, maar een manier van samenlopen. Stap voor stap.
De fysieke reis van de monniken heeft een bestemming bereikt, maar de ware reis gaat verder in hoe wij onze geschiedenis dragen, hoe wij onze verschillen ontmoeten en hoe wij onszelf aankijken zonder innerlijke oorlog. Als de innerlijke oorlog blijft woeden, zullen daarbuiten steeds meer vijanden worden gemaakt en oorlogen blijven bestaan.
De innerlijke mars is de essentie waar alles samenkomt. De omarming van onszelf als mens kan vrede brengen in die wêreld. Door ons, via ons, als ons, voor alle wezens, van mens tot mens, van ziel tot ziel.
Heb je vragen of opmerkingen? Stel ze gerust via info@janeharidat.com. Voor meer blogs: https://www.mahalinisproductions.com/nl/